De Sportapotheek Podcast
Als apotheker, sportvoedingsexpert en gepassioneerd fietser breng ik jou in deze podcast alles wat je moet weten om een betere sporter te worden. Voeding, sportvoeding, supplementen, wedstrijdvoorbereidingen, specifieke huidverzorging, gênante probleempjes,... Er is geen onderwerp dat we mijden om jouw prestaties naar een hoger niveau te brengen. En dat zònder harder te trainen!
Want trainen is zilver... maar fuelen is goud!
De Sportapotheek Podcast
#17. Het kantelpunt... wanneer je bloed al vertelt wat jij nog niet voelt.
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
Je voelt je goed, je traint goed, je data ziet er perfect uit…
Maar wat als je bloed al iets anders vertelt?
In deze aflevering ontdek je waarom bloedwaarden vaak eerder signalen geven dan jouw gevoel, en waarom slimme sporters daar rekening mee houden. Zo kan je trainings- en prestatieverlies te voorkomen door op tijd in te grijpen.
Want proactief meten en op tijd dùrven ingrijpen kan je meer prestatiewinst opleveren dan blind blijven doorknallen.
🎧 Luister nu en ontdek waarom je niet enkel wil trainen op gevoel, maar ook rekening houdend met de feedback van je lijf. Het is een grote meerwaarde voor je prestaties op lange termijn.
Want trainen is zilver... maar fuelen is goud!
Hallo en welkom bij de Sportapothek Podcast. Ik ben Charlotte Meerschoud. En in deze podcast breng ik jou als apotheker, sportvoedingsexpert en gepassioneerd fietser alles wat je moet weten om een betere sporter te worden. Poeding, sportvoeding, supplementen, wedstrijdvoorbereiding, specifieke huidverzorging, genante probleempjes en bizarre vragen, er is geen onderwerp dat we mijden om jouw prestaties naar een hoger niveau te brengen. En dat zonder harder te trainen. Want trainen is zilver, maar vielen is goud. Stel je voor, je traint goed, je voelt je sterk, je eet goed, je kruipt op tijd in bed en je slaapt goed, je rushartslag is laag, je HRV is goed, alle signalen zijn positief. En toch zit je lichaam misschien al aan de rand van iets waar jij zelf nog niets van merkt. Met de aflevering van vandaag wil ik u zeker en vast niet bang maken, maar ik wil er u gewoon op wijzen dat de grens tussen beter worden en jezelf ondergraven soms zodanig dun is en dat dat kantelpunt soms dichterbij is dan dat je zelf beseft. Want ik ga het hebben over een situatie die zo herkenbaar is, dat ik niet anders kon dan er een podcast over maken. Het was gewoon zo'n frappant geval van een gedreven sporter vol ambitie, vol goede bedoelingen. Zodanig gefocust om het dit jaar nog beter te doen dan de voorgaande jaren, dat hij niet zag dat hij eigenlijk recht op zijn ondergang afstevende. En zelfs toen ik hem erop wees, dat hij toch nog probeerde te onderhandelen. Ik denk dat dat een mechanisme is dat we zelf allemaal in onszelf wel een beetje herkennen om zodanig het goed te willen doen, dat we soms ook de signalen niet willen zien. Maar gelukkig hoef je het niet alleen te doen. En als je het goed aanpakt, zijn er wel mensen die de teugels kunnen aantrekken en die kunnen waarschuwen voor wat er op til staat. Even de situaties schetsen. We spreken over een competitieve wielrenner. Amitieus, gedisciplineerd, gedreven, scherp. In 2025 heel mooie resultaten neergezet en gloeiend van de goesting in 2026. En net zoals vorig jaar is hij van plan om aan de slag te gaan met een hoogtetent in januari. Gelukkig was hij eind november al ten raden gekomen bij mij om zijn suppleseschema en zijn periodisering te optimaliseren. Nerd als ik ben, neem ik er dan wel altijd graag de bloedwaarde bij, zeker als we mijn nieuwe atleet te maken hebben, om een beetje een stand van zaken te kunnen opmaken en om een zicht te hebben op een beginpunt. En zijn resultaten van eind november, ik ben blij dat ik die gevraagd heb, wezen al een lage ijzervoraad aan. Zeker voor een renner met competitieve ambities en met plannen voor hoogte, stond die voorraad veel te laag. Op dat moment hebben we dus heel snel een ijzersupplement opgestart, zeker omdat er hoogteplannen waren voor januari. Al had ik dat eigenlijk liever nog een pak vroeger kunnen doen. Want je moet weten dat een ijzervoraad zich maar heel traag aanvult. Je hebt daar minstens een zestal weken voor nodig, meestal zelfs wel langer. Dus een bloeda nog net een aantal weken vroeger, liefst zelfs een maand eerder, was een pak beter geweest om te kunnen anticiperen op de situatie. En dat wil eigenlijk zeggen dat die ideale moment voor die basisbloedafname eind oktober was geweest. En dat is inderdaad het vorige seizoen dat er nog maar net op zit, dat nog maar net achter de rug is. En je moet eigenlijk al bezig zijn met het volgende seizoen. Maar dat is wel waar dan een hele grote meerwaarde zit voor competitieve sporters. Om op dat moment eigenlijk al een keer vooruit te kijken naar volgend seizoen. Maar goed, de hoogtestage of de hoogtetent stond gepland voor begin januari. En dat had hem op dat moment al zes weken ijzersuppletie gegeven. En daardoor dus normaal wel een betere, hoewel vermoedelijk nog steeds niet optimale ijzerstatus om de hoogte aan te vatten. Ik wil dat echter wel goed in de gaten houden. Daar hebben we afgesproken om een nieuwe bloedafname te plannen, ongeveer halverwege in zijn hoogtestage, dus na twee weken eigenlijk. Zo konden we op tijd-sinn een ijzervoorraad evalueren samen met de signalen van zijn hoogteprikkel. En op die manier konden we ingrijpen wanneer dat nodig zou zijn. Het resultaat waren bloedwaarden die eigenlijk op het eerste zicht perfect normaal waren. Maar juist daar zat het gevaar. Want die renner voelde zich eigenlijk heel goed. Dat was ook letterlijk wat hij zei, twee weken in zijn hoogtestage. Hij sliep goed, zijn saturatie was goed, zijn HRV stond bij de beste waarden van de afgelopen maanden. Zijn rustpols was laag, zijn training liep goed. En dat is natuurlijk supertof om te horen. Je zou in eerste instantie denken, doe zo verder. Maar toch toonde zijn bloed al iets anders. Niet dramatisch. En niet buiten de klinische referentiewaarden. Er waren totaal geen rode vlaggen die je medisch gezien zouden doen ingrijpen, maar wel een hele duidelijke tendens. En dat is vooral waar het vandaag over gaat. Want die tendensen zijn voor sporters en zeker voor competitieve sporters nog veel waardevoller dan absolute waarde soms. Deze renner was dus gestart met slapen in een hoogtetent. En voor wie niet weet wat dat inhoudt, is dat een tent die geïnstalleerd rond de matras van je bed, om op die manier in een gecontroleerde, zuurstofarme omgeving te slapen. Getraint dan op Ceniveau, maar je slaapt eigenlijk op hoogte. Dat is een bewuste strategie richting de aanmaak van meer rode bloedcellen en dus een beter zuurstoftransport en zo richting betere prestaties. Alleen de ijzerreserve, dus het ferritine van deze renner, was eigenlijk al eerder laag om optimaal aan zijn hoogestage te beginnen. Ondanks de suppletie die hij had gedaan om zijn tekort weg te werken, was die status waarschijnlijk nog helemaal niet optimaal om hoogte aan te vatten. En eigenlijk is dat iets dat tegenwoordig jammer genoeg regelmatig gebeurt. Want hoogteprikkels zijn tegenwoordig heel bereikbaar. Hoogtententen worden frequent ingezet, ook door amateurs en liefhebbers. Maar die worden vaak ingelast zonder medische opvolging of medische begeleiding. Bloedafnames gebeurt misschien in het beste geval één keer of een paar keer per jaar. En vaak is er een focus op absolute waarden. Of zijn die waarden normaal in plaats van op evoluties en trends en tendensen. Terwijl hoogte juist een van de grootste metabolische stressoren is die je je lichaam kunt geven. Maar veel te vaak wordt er met te weinig achtergrond en te weinig omkadering aan begonnen. Dat is gewoon wegzonde. Niet alleen zonde zelfs eigenlijk, maar ronduit gevaarlijk zelfs. Want je zet mogelijk veel meer op het spel dan dat je beseft. Want wanneer geavanceerde trainingstechnieken en methoden niet goed worden aangepakt, zoals bijvoorbeeld hoogteprikkels, hitteprikkels, maar ook bijvoorbeeld het inzetten van bepaalde nuchtere of laag-energetische trainingen, kan die stress van die technieken mogelijk meer prestatieverlies betekenen dan dat het prestatiewinst kan opleveren. Dat is wel echt een heel belangrijke boodschap. Want die eerste signalen van prestatieverlies zijn heel subtiel en die gaat je zelf niet opvangen als je er niet heel bewust naar op zoek gaat. Dat is net wat dat natuurlijk zo gevaarlijk maakt. Ik ga u uitleggen hoe dat in het geval van deze wielrenner gegaan is. Na twee weken in zijn hoogtetent zagen we dat zijn rode bloedcellen gestegen waren, zijn hemoglobine was gestegen en zijn hematocrit was gestegen. Op het eerste zicht fantastisch. De hoogtestage werkt. Maar tegelijkertijd was zijn serumijzer gestegen, zijn feretine, dus zijn ijzervoraad gedaald, en was zijn MCV gedaald. De MCV staat eigenlijk voor het gemiddelde volume, dus de grootte van de rode bloedcellen. En zeker dat laatste is een subtiel, maar een heel cruciaal signaal. Want dat betekent dat het lichaam effectief nieuwe rode bloedcellen aanmaakt. Je zag dat aan de hoeveelheid reticulocyten, nieuwe rode bloedcellen. Maar het volume van die nieuwe rode bloedcellen is kleiner omdat het iets minder hemoglobine bevat per bloedcel, waardoor ze wel minder zuurstofcapaciteit hebben, minder zuurstoftransportcapaciteit. Je zit dan wel met meer rode bloedcellen. Maar die rode bloedcellen zijn van mindere kwaliteit. Dat is geen probleem op korte termijn, dat is adaptatie. Maar het is wel een tekenaande wan een kantelpunt. Want na verloop van tijd gaan de oudere rode bloedcellen geliquideerd worden, die worden allemaal vernieuwd, en blijf je dus alleen met die nieuwe, kleine bloedcelletjes overzitten die eigenlijk minder efficiënt zijn. Dus ik heb op basis van die bloedresultaten wel duidelijk aangeraden om de hoogteprikkels op te zetten, om ervan te recupereren en verder te slapen en te trainen op zeeniveau richting de start van zijn seizoen. Omdat het nu wel nog een punt was waar ingrijpen mogelijk was zonder trainings- en prestatieverlies, maar dat het wel een kritiek moment was waarop het fout kon lopen. En natuurlijk dat advies, terwijl de sporter in kwestie zich nog perfect goed voelt, dat is natuurlijk niet leuk om te horen. Die sporter ziet alleen maar stijgende waarden. Ook zijn wearables en zijn trainingsdata, geven dat allemaal aan. En hij denkt als ik nu stop, dan verlies ik misschien iets. En dan begint het onderhandelen een beetje typisch. Kan ik niet één week stoppen met hoogte en dan opnieuw nog één à twee weken doordoen. En mijn serumwijzer is toch goed en ik voel niets. Al mijn waarden en ook mijn gevoel zijn supergoed. Kan ik dat niet gewoon verder doen? Maar biologie onderhandelt niet. We hebben soms zodanig veel schrik om iets op korte termijn te verliezen, dat we uit het oog verliezen wat we op lange termijn kunnen winnen. Ons lichaam geeft ons eerst signalen in ons bloed en pas veel later symptomen in ons gevoel en op fysiek vlak. En als je wacht op vermoeidheid of op een trainingsplateau, of op slechter herstel, of op terugkerende infecties of andere klachten, dan zet je eigenlijk al te laat om in te grijpen. Want dan is er al sprake van prestatieverlies, dan is er al sprake van waarschijnlijk trainingsverlies, doordat trainingen moeten aangepast worden, dan zet je al te laat. Dus het is superbelangrijk om die signalen vroegtijdig te capteren, op te vangen en te leren lezen of te laten lezen en je goed te laten begeleiden. Want je zet gewoon soms heel veel op het spel waarvan je achteraf beseft van ja, eigenlijk had ik dat anders moeten gaan pakken. En je kunt nu misschien wel vinden dat ik overdrijf of dat ik zaag. Misschien een beetje zoals wanneer je moeder zegt dat je schoenen moet uitdoen binnen, je ziet op dat moment de meerwaarde niet. Ja, ma. En ondertussen denkt je aan, die kan een stukje zagen waar je zich druk om in feite. Maar wanneer je zelf moet poetsen en wanneer je zelf ondervindt hoeveel vuil er mee binnenkomt, wanneer je gewoon altijd maar doorhuis loopt met dezelfde schoenen, wanneer je door weer en wind buiten loopt, dan besef je wel dat zinvol was wat ze zei. Want dan is je huis al vuil, natuurlijk. En dus hoe jammer dat ik het ook vond in deze situatie, was het enige correcte advies om de hoogte stop te zetten. Ook al zegt je hart iets anders dan je hoofd. Ik heb dat dan ook proberen uitleggen aan die renner, dat de volgende stap zou zijn dat er heel veel variabiliteit begint te ontstaan in zijn rode bloedcellen, terwijl zijn ijzervoraad nog steeds verder en verder zou blijven wegzakken. En dat op den duur ook de aanvankelijk grote rode bloedcellen beginnen weg te gaan, want die worden natuurlijk vernieuwd om zoveel tijd, en dat je dan alleen nog maar met die kleintjes zou overblijven. En dan gaat stilkens aan je hemoglobine stabiliseren en dan begin je te zakken. En dan begint de vermoeidheid en het prestatieplateau duidelijk te worden. Maar dan is het ook al te laat. Want tegen dan zijn de eerste wedstrijden daar. Dan sta jij aan de kant, terwijl de rest juist begint te vliegen. Ik heb de uiteindelijke beslissing wel aan die renner zelf overgelaten, maar gelukkig heeft hij wel ingezien dat wat ik zei, dat dat mogelijks wel terecht was, en heeft hij zijn hoogteprikkel wel stopgezet. Maar ik deel zijn verhaal omdat het een patroon is dat bij veel ambitieuze, gedreven sporters voorkomt. Niet alleen op vlak van hoogteprikkels bijvoorbeeld, maar dezelfde tendensen in bloed en het niet nakijken of het negeren ervan, kun je ook zien wanneer de trainingsbelasting en de belastbaarheid niet in balans zijn en dat trainingsvermoeidheid zich veel sterk opstapelt. Bij bijvoorbeeld een lage energiebeschikbaarheid doordat de trainingsbelasting niet in evenwicht is met de energiebeschikbaarheid. Maar ook bijvoorbeeld een sluipend hersteltekort, kun je zo vroegtijdig gaan opvangen. En hoewel alle bloedwaarden vaak nog binnen de referentiewaarde zijn en klinisch normaal zijn en ook het gevoel van de sporter niet onmiddellijk slecht is, vaak gaat het zelf heel goed, is het dus super belangrijk om die tendensie, die evoluties op te sporen voordat het eigenlijk te laat is. Sporters behoren nu eenmaal tot een algemeen toch gezondere populatie. En dus zijn echt afwijkende, absolute bloedwaarden eerder uitzonderlijk, maar het gaat in feite echt om die trend in die bloedwaarde. En juist daarom is een proactieve bloedopvolging zo belangrijk bij sporters met ambitie. Niet om elk cijfer op zichzelf te controleren, niet om je nodeloos op kosten te jagen, maar om te begrijpen waar je staat en waar je naartoe beweegt. Op die manier kun je opvolgen of de trainingsaanpak werkt of die moet worden bijgestuurd. Je kunt je kijken of er onder het oppervlak subtiele signalen zijn van dingen die niet helemaal optimaal verlopen en die aandacht vragen voordat ze kritiek en overduidelijk worden en dat het een beetje dwijen is met de kraan open. Want één ding is heel zeker, je kunt je lijf niet te slim af zijn. Je lichaam wint altijd. En dat moet jij dan soms bekopen. Het is dus veel slimmer om er op tijd mee aan de slag te gaan, om niet te wachten op klachten of signalen om een keer je bloed te laten trekken. Want het is niet omdat je je goed voelt dat er geen tekenen aan de wand kunnen zijn. Vaak wordt een bloedafname effectief pas gedaan naar aanleiding van bepaalde duidelijke symptomen, het gevoel dat er iets niet klopt. En dan pas gaan de mensen naar de dokter met de boodschap: hier klopt iets niet. Ik voel mij niet goed. Maar op dat moment wanneer er al vermoeidheid is of wanneer er regelmatige infecties zijn of wanneer de prestaties dalen, dan zitten we al in een zone van schadebeperking, terwijl de grootste winst juist zit in opvolgen, vroegtijdig bijsturen, aanpassen voordat er trainings- of prestatieverlies is en gewoon slim trainen met respect voor je biologie en je fysiologie. En in het geval van de renner waar ik daar juist over vertelde, was het stoppen met zijn hoogteprikkel eigenlijk geen verlies. Het was eerder een slimme zet om zijn behoud van het hele seizoen te kunnen waarborgen. En als jij jezelf ook herkent in dat verhaal, in de zin dat je ook veel traint, dat je duidelijke doelen hebt en dat je misschien zelfs aan de slag gaat met hoogte, met je voeding, met trainingsvolume en trainingstechnieken, zorg dan dat je bloedwaarde geen bijzaak zijn. Want ze bieden heel waardevolle informatie die heel veel winst kan opleveren. En bekijk bij die bloedresultaten ook niet enkel of die klinisch normaal zijn voor een gewoon doorsnee sedentair persoon. Maar laat je begeleiden door iemand met kennis van zaken, jaag die waarden alsjeblieft, niet door ChatGPT of door Google. Wednige expertise is echt wel belangrijk om te kunnen kijken van waar dit naartoe gaat betekent dat voor deze sporter in de context van zijn trainingsbelasting, in de context van zijn herstel- en voedingsroutines, in de context van zijn ambities. Die individuele aanpak is echt wel superbelangrijk. En daarom zijn herhaalde bloedafnames op bepaalde referentiepunten in een seizoen of in het kader van bepaalde trainingsperiodes of wedstrijdperiodes zo waardevol. Dus ik zou zeggen, doe liefst minstens één keer per jaar een referentiebloeda als een proactieve check-up. Maar als je een meer gedreven sporter bent, met toch een stevige trainingsbelasting. Misschien met ambitieuze of competitieve doelstellingen. Plan dan strategisch bloedafnames in op bepaalde momenten in je seizoen, die dan kunnen dienen als referentiewaarde en ook als eikpunten om je belasting, belastbaarheid en andere zaken te gaan opvolgen. Want prestaties wint je niet door altijd maar te blijven doorduwen. Je wint ze ook door op het juiste moment te durven ingrijpen. En in prestaties spelen er inderdaad wel zodanig veel factoren een rol dat je nooit exact gaat kunnen bepalen of die paar weken gemiste of dan wel doorgedreven hoogte, bijvoorbeeld voor die renner, een meerwaarde of net niet is geweest in zijn prestatie- of progressiecurve. Misschien was het ook allemaal wel goed gekomen als hij zijn hoogte had doorgezet. Misschien ook niet, je zult het nooit weten. Maar het is wel zaak om zorgvuldig om te springen met factoren als trainingsbelasting en hoogteprikkels. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld wanneer het gaat over trainen, wanneer je ziek bent. Want vaak zijn we zo hard gefocust op die paar dagen trainingsverlies dat we het zelf niet doorhebben dat het net veel meer verlies op het spel zet door te blijven pushen en ons lichaam te negeren. Want het kantelpunt is soms dichterbij dan dat je zelf doorhebt. En wanneer het duidelijk wordt, is het meestal al te laat. Besef, dat klinkt nu wel heel dreigend en dramatisch. En dat is helemaal niet zo bedoeld. Nog een keer. Ik wil je zeker geen angst aanjagen, maar ik wil er je wel op wijzen dat het belangrijk is om uw sport en je gezondheid slim aan te pakken en dat proactief handelen, dat u dat soms veel meer kan opleveren op de lange termijn, dan wanneer je soms een beetje met oogkleppen, alleen maar kijkt naar wat er vlak voor u staat. Dit was de Sportapotheek Podcast. Bedankt alweer voor het luisteren. Vond je deze aflevering interessant? Schrijf dan een review of geef een kottering of deel hem op uw socials of stuur hem door naar iemand die er ook paard bij kan hebben. Ik zie u graag in een volgende aflevering. Doei!
Podcasts we love
Check out these other fine podcasts recommended by us, not an algorithm.
Grinta! Podcasts
Grinta! Publicaties
Bobosse
Grinta! Publicaties
de Orde van de Gravelsnor 〰️
Stijn, Peter en Nils